Ik moet het gewoon even kwijt. Vandaag was een lichtelijk vreemde dag en niet vanwege vele bijzondere gebeurtenissen, maar omdat ik mij behoorlijk verbaasde over de asocialiteit van mensen in hun functie van werknemer ten opzichte van hun klanten. Of eerder, asocialiteit en ondoordachtzaamheid onder winkelpersoneel en horecapersoneel. Binnen een tijdsspanne van twee uur werd ik, samen met mijn vriendin, op vier verschillende locaties binnen Breda geconfronteerd met stomme mensen.
De eerste keer gebeurde dit in de C&A. Ik had wat broeken bij elkaar gesprokkeld en begaf mij naar de kassa. Daar aangekomen stond er nog een klant voor me. Deze legde een shirt op de toonbank dat zij terug wilde geven. Het shirt stond haar niet. Vanuit de caissière was er geen woord van welkom. Na wat eerste handelingen kwam er een kort en zakelijk gesprek op gang. Na dit droge gesprek vertrok de klant weer zwijgend en schoonde de caissière de toonbank op.
Toen was ik aan de beurt. Ik legde, zoals dat gaat, mijn twee broeken neer op de toonbank en wachtte op een woord van welkom. Dat kwam er niet. Ze keek me op geen enkel moment aan en ging aan het werk. Het eerste wat ze tegen me zei, was de prijs. Ik kan daar niet tegen. Ik sta zelf één dag in de week achter de kassa en ben altijd beleeft tegen de klanten. Zelfs al vergeet ik soms wel eens te groeten, dan realiseer ik mij dat een paar seconden later en verontschuldig mij, niet te opzichtig, voor dit vergeten. Ik zeg ‘niet te opzichtig’ omdat ik er ook weer een hekel aan heb als de caissière zich teveel over zichzelf uitlaat. De klant is koning en moet zich ook zo voelen. Jij, als caissière, hebt de taak om de klant met een goed gevoel de winkel te laten verlaten.
Op de roltrap naar beneden grapten mijn vriendin en ik er een beetje over. Ze groette dan misschien niet, maar de prijs was daar ook niet naar. Natuurlijk begrepen we dat dit klinkklare onzin was. In de prijs mag veel inbegrepen zitten, maar hopelijk geen asocialiteit. In ieder geval, ons humeur was nog op en top.
Toen kwamen we bij de Lady Sting. Een iets duurdere winkel met wat meer stijl. Prompt lopen we een muur van geluid binnen. Een drietal medewerkers staan, tijdens het opvouwen van kleding en midden in de winkel, met luide stem hun privé leven te bespreken. En niet zo maar hard, of doordacht. Nee, iedereen moest weten waarom een bepaald meisje vooral, nadat dittum of dattum gebeurd was, niet gereageerd had op die en die, en hoe kwam het toch dat niemand haar begreep? En dat ging maar door! Ik voelde me alsof ik tijdens een privé gesprek per ongeluk iemands huiselijke sfeer binnen liep, daar waar ik me op mijn gemak had moeten voelen bij het uitkiezen van kleding.
We zijn snel naar achter gelopen. Na een korte inspectie van de kleding zijn we de winkel weer uitgevlucht. We vonden het geen leuke ervaring, maar je ziet dat tegenwoordig zo vaak. Dus door met winkelen.
We liepen over de Ginnekenstraat richting hartje centrum, toen we een dame, met map in de hand, razendsnel op een jonge kerel af zagen stormen. Ik ken dat soort mensen… Iedereen kent ze en ik denk dat niemand echt blij met ze is, maar goed. We dogen ze maar. Maar dit ging echt te ver. Het is niet aan mij om iemand anders bij te staan in zijn of haar poging van zo’n mapdame af te komen, maar och, och och… Ten eerste, het product had ze nog niet genoemd, maar ze wilde vooral verkopen en dus vroeg ze om wat tijd van haar… Klant. Dat had deze niet en bovendien, zo zei hij zelf, had hij al een schuld en dus wilde hij zich daar op concentreren. De dame liet echter niet los. Naast zijn schuld kon hij vast nog wel wat geld doneren aan haar map-inhoud (ik weet niet eens wat ze verkocht, zo vaag sprak ze hem aan). Maar nee, de man zei, dat zijn schuld, die 480 euro groot bleek te zijn, toch echt belangrijker vond. Waarop de dame hem vroeg wanneer hij dacht deze afbetaald te hebben, want dan kon hij de map-inhoud-zaak toch zeker wel bezoeken om alsnog geld te doneren. Waarop de man zei, dat het toch nog zeker tot de zomervakantie zou duren en dat hij dan eerst op vakantie wilde gaan. Aha! Dus meneer had wel geld over voor vakantie maar niet voor haar map-inhoud-zaak-dinges!? Waarop de man weer zei, dat hij wel wilde vieren dat hij van zijn schuld af zou zijn. De dame hoopte hem dan toch wel na zijn vakantie weer te zien en liet hem eindelijk gaan.
Dit gesprek vond plaats over zeker honderd meter afstand, zonder dat één van beide ooit maar stil stond. De rede dat het geen tweehonderd meter werd, was omdat de dame hem nogal de weg probeerde af te snijden, zodat hij slechts traag vorderde ten opzichte van zijn loopsnelheid. Ik begreep beide personen niet. Blijkbaar moet je je gehele persoonlijk leven op tafel gooien om een excuus te vinden om maar niet in te gaan op de map dame en blijkbaar heeft zo’n dame alleen een cursus kromme logica gehad en is haar nooit etiquette bijgebracht. Een duidelijk ‘nee’ kwam niet bij de klant op en een duidelijk sein van ‘nee’ kwam niet over op de verkoopster. Zij was duidelijk niet bang om haar mond te roeren, hij klaarblijkelijk wel om haar gevoelens te kwetsen. Wij vonden het maar helemaal niets maar helaas kwam ze niet op ons af. Trouwens, had ze dat wel gedaan, had ik het gesprek waarschijnlijk alsnog ‘verloren’, want dat soort mensen is elke vorm van rede voorbij.
In ieder geval, we liepen door. Na nog wat winkels gehad te hebben, hadden we toch wel erg veel honger en dorst. Het was half zes en we hadden niets meer op sinds de lunch. Een terrasje dan maar. We belandden bij café Sam Sam. Een vriendelijke serveerster nam onze bestelling op. De drankjes werden snel gebracht, het enkele portie calamaris duurde wat langer. Uiteindelijk kwam uit het café naast Sam Sam de calamaris eindelijk naar ons toe. Dat dit zo geregeld is in centrum Breda wisten we al. De keuken veranderd soms van café, maar levert over het algemeen geen slechte kwaliteit. Een kartonnen doosje met daarin de calamaris werd samen met een kopje knoflook op een bordje aan ons gepresenteerd. Hmmm! Lekker! Niet dus. Er waren drie dingen mis mee. In plaats van de beloofde tien ringen, zaten er negen in, de grote van de ringen was kon beter uitgedrukt worden als kleinte en ze waren te ver doorgebakken. Toch maar eten, want ja; die honger was echt. En dat was natuurlijk stom van ons. Ze waren weg te krijgen, maar voor vijf euro veertig hadden we toch iets meer verwacht.
Toen kwam de serveerster, van Sam Sam dus, wederom langs ons tafeltje gelopen. M’n vriendin bestelde nog een drankje en vertelde prompt dat ze niet tevreden was geweest met de gegeten calamaris. Ze noemde de bovenstaande punten van kritiek achter elkaar op. Maar ja… Ja… Nu hadden we het al op en kon ze dus niet zien of we de waarheid spraken… Dus ze kon er niets meer aan doen…
Ligt het nou aan ons of is dit gewoon zo onbeleefd als je maar kan zijn als serveerster? Begrijp me niet verkeerd, Sam Sam is lang niet altijd slecht en we komen er geregeld, al zijn de intervallen wat groot, maar op dit soort punten gaat het dan toch fout met de klandizie? Wordt dat ze nou echt meegegeven door de baas? Wordt hen nou echt verteld, dat ze vooral alles moeten checken om te zien of de klant de waarheid spreekt? Gebeuren er dan zovaak van dit soort ongelukjes dat ze maatregelen hebben moeten nemen om te voorkomen dat ze failliet gaan? Kunnen ze niet gewoon meer aannemen dat de klant de waarheid spreekt en er dus als ware gastheer op reageren door te compenseren voor het ongemak?
Ik was al benieuwd wat ze als tegenprestatie zouden geven. Ik hoefde geen heel nieuw portie, maar misschien een hint van sympathie? Misschien een blijk van interesse in het ongemak van de klant of een duidelijk signaal dat er iets aan gedaan zou worden? Maar nee hoor. Het enige waar ik nog blij over kan zijn is, dat ze tenminste niet de schuld in de schoenen van het buur café hebben geschoven. Dat staat ze goed. Maar kom kom, wat blijk van goede omgang met de klant had er wel bij gemogen.
En dus durf ik te spreken over ‘stomme mensen’. Ik zie het maar al te vaak, dit soort verschijnselen, maar niemand lijkt er op te reageren. Personeel lijkt gewoon niet meer verteld te worden wat hun functie inhoud. “Hier! Een dienblad en een portemonnee en lopen maar! Fort!†Dat lijkt de tendens te zijn. En als mensen maar lang genoeg zelf zo bediend worden, dan slaat deze instelling over van persoon op persoon. Er hoeven geen generaties over heen te gaan om dit te bereiken. Het winkel personeel of het horeca personeel ververst zich veel te snel om dit ene generatie te laten duren. Laten we ons eens richten op die stomme grens van 16 jaar, wanneer je een biertje mag drinken.
Neem de horeca. Als je zestien bent en je voor het eerst naar cafés gaat, dan kan het zo zijn dat je twee jaar later zelf de volgende generatie van bedienend personeel vormt. Ik heb hiernaar geen onderzoek gedaan, maar ik kan me zo voorstellen dat er op deze manier binnen zes jaar er een behoorlijke vervreemding kan ontstaan ten opzichte van ‘oude gewoontes’. Ik ben zelf nog maar 26 jaar oud en heb nu al het idee dat het bedienend personeel echt niet meer weet waar ze mee bezig zijn. Laten we het nu niet gaan hebben over ‘vroeger was alles beter’, maar wel over hoe we om moeten gaan met nieuw personeel: Inwerken! Etiquette bijbrengen! Misschien zelfs in eerste instantie iedereen aanspreken met ‘u’! Dat zou ik fijn vinden, dat vindt mijn vriendin fijn en hopelijk ieder zichzelf respecterende Nederlander.
Tags: Nederlands, Our Daily Lives // 8 Comments »